de Nieuwe opdrachtgevers

les Nouveaux commanditaires

Michel François – Mur à l'emporte-pièce

Opdrachtgevers - Bestuur en docenten Arteveldehogeschool
Bemiddelaar - Thérèse Legierse
Partners - Stad Gent
Sint-Annaplein 31, Ghent, Belgium, 2006

Het dossier werd ingediend door docenten van de Arteveldehogeschool (Campus Sint-Annaplein), verenigd in ‘Cultuur maakt school’, een werkgroep die in de school meer culturele activiteiten wil integreren.

Op de Campus Sint-Anna van de Arteveldehogeschool staat achter in de tuin een hoge grijze muur. Hij sluit de school af van de Jongenstragel, een rustig maar veelgebruikt wandel- en fietspad langs het water van de Nederschelde. De muur scheidt de school letterlijk van de buitenwereld af, wat voor een hogeschool gespecialiseerd in het sociaal werk lijnrecht staat tegenover hun doelstellingen.

Al tijdens de eerste vergaderingen met de opdrachtgevers werd duidelijk dat de muur nodig is voor de veiligheid, maar dat niemand zal hem er ooit van verdenken dat hij mooi is. En als symbool staat hij nu net voor het tegendeel van datgene waar het ons in de opleiding Sociaal Werk om gaat: openheid, engagement, participatie aan de maatschappij om ons heen. Toen we over de wedstrijd Blinde Muren hoorden, wisten we meteen welke muur wij door een kunstenaar aangepakt wilden zien.’ Marijke en haar collega’s Veerle, Marianne en Wim maakten het wedstrijddossier op. Samen vormen ze de werkgroep Cultuur maakt school, die in de sociale hogeschool voor culturele injecties probeert te zorgen. Veerle: ‘Wij wilden de muur doorbreken, als een symbolisch statement. De studenten en wijzelf moesten weer een uitzicht krijgen op de stad. En omgekeerd mochten de passanten ook zien waar wij op school mee bezig zijn, vonden we. Een kunstwerk zou bovendien de Jongenstragel in de kijker zetten, een aantrekkelijke trage weg die een alternatief bidet voor drukkere verkeersassen. Mocht de muur doorbroken worden, dan zou dat meteen de band tussen het schoolgebouw en het water herstellen.’ De werkgroep stelde een mooi dossier samen, dat ook de steun kreeg van Jo, de opleidingsdirecteur Sociaal Werk. ‘Die scheidingsmuur was voor velen van ons een doorn in het oog. Omdat het snel moest gaan, was hij er zonder inspraak gekomen. Dat vloekt wel enigszins met de identiteit van onze opleiding: wij hebben de kwaliteit van onze leefomgeving altijd belangrijk gevonden. Geen wonder dus dat onze docenten net die muur voor Blinde Muren wilden voorstellen.’

Michel François werd in 1956 geboren in Sint-Truiden en woont en werkt in Brussel. Sinds het begin maakt hij foto's, objecten en installaties, waarmee hij poëtisch en dubbelzinnig de relatie tussen object, lichaam en realiteit verbeeldt. Met simpele maar doordachte concepten thematiseert zijn werk de manier waarop we de alledaagse werkelijkheid om ons heen waarnemen. Michel François werd internationaal bekend door zijn deelname aan onder meer Documenta IX 1992, de Biënnale Sao Paulo 1996 en de Biënnale Venetië 1999.

De muur aan de Jongenstragel is een scheidingsmuur: geen vlak, maar een ruimtelijk object. Michel François gebruikt dat object als materiaal voor een sculpturale ingreep. In de muur brengt hij gaten aan. Van het weggehaalde materiaal maakte hij zitobjecten in de tuin van de school. De geperforeerde muur realiseert zowel letterlijk als figuurlijk een ‘opening naar de maatschappij’. Daarmee speelt Michel François in op de vraag van de opdrachtgevers, die letterlijk en figuurlijk een uitzicht wilden op de stad en op de maatschappij die hun werkveld is.

Volgens Marijke is dat zeker een verdienste van Thérèse Legierse. ‘Als je aan kunst op een muur denkt, denk je spontaan aan wandschilderingen. Thérèse liet ons kennismaken met een brede waaier van kunstenaars die op die plek iets betekenisvols zouden kunnen maken. Dat was voor ons een echte eyeopener. En toen ze ons werk van Michel François liet zien, die ook vroeger al muren had geperforeerd, werd plots méér mogelijk.’

In de laatste fase van het proces heeft Michel François hard gewerkt om zijn idee uit te puren en artistiek te realiseren. Hij moest uitzoeken waar hij de gaten zou maken, of hij de gaten zou bepleisteren, enzovoort. 

Over het kunstwerk van Michel François is de werkgroep zeker tevreden. Veerle: ‘Ik ben er blij mee. Het is een minieme ingreep die toch verrassend veel verandert. Als je voor de muur staat, zie je door de gaten fietsers en wandelaars voorbijglijden. Of een groepje scholieren dat tijdens de sportles voorbijloopt. Het is eenvoudig en poëtisch. Het heeft iets tijdloos, vind ik.’

Marijke: ‘Sommige studenten deden er wat schamper over - “Is dat kunst? Moeten we daar geld aan besteden?” - maar ze praten er wel over, en dat is op zichzelf al een goede zaak. En zelfs de mensen die de ingreep niet als kunstwerk appreciëren, houden wel van het nieuwe ruimtegevoel. Eén ding is zeker: stel dat iemand morgen voorstelt om de gaten in de muur weer op te vullen, dan is de verontwaardiging algemeen. Het kunstwerk is omstreden, maar niemand wil het kwijt.’